Nieuws

‘Over vogels’ in het Grootseminarie

De Avibus of ‘Over vogels’ is een traktaat van Hugo de Fouilloy, een augustijnse geestelijke uit Noord-Frankrijk die leefde in de 13de eeuw. Het werk was in de Middeleeuwen bijzonder populair in monastieke middens- met name in cisterciënzerabdijen- en is een mooi voorbeeld van het bestiarium-genre, literatuur over (fabel)dieren en hun eigenschappen, vaak vergezeld van sprekende miniaturen.

Het manuscript van het Grootseminarie Ten Duinen maakt deel uit van een codex die ook andere geschriften van Hugo De Fouilloy en zijn ordegenoot Achardus van Sint-Victor bevat. Het handschrift, geschreven in het Latijn, stond model voor een kopie in dochterabdij Clairmarais en zou tot stand gekomen zijn in het scriptorium van de Duinenabdij in Koksijde.

Het eigenlijke werk is een zestigtal folio’s lang en geschreven in voorgotisch schrift. In verschillende hoofdstukken bespreekt Hugo de Fouilloy -al dan niet fabelachtige- vogels en hun eigenschappen. Hierdoor doet De Avibus in eerste instantie denken aan een encyclopedie. Maar de tekst is duidelijk moraliserend van aard: Hugo houdt aan de hand van de kenmerken van elke vogel zijn lezerspubliek een spiegel voor. Het werk was vooral bedoeld voor lekenbroeders- kloosterlingen die geloften afgelegd hadden maar geen klerikale wijdingen ontvangen hadden en vaak ingezet werden voor handenarbeid. Dat de opzet van De Avibus eerder onderwijzend was verklaart ook de didactisch ogende miniaturen. Het hele manuscript komt, in lijn met cisterciënzeridealen, eerder eenvoudig en sober over, met een beperkt gebruik van kleuren en miniaturen die stilistisch niet altijd even afgewerkt ogen (zeker in vergelijking met luxueuzere Duinenhandschriften uit latere periodes).

Inhoudelijk valt De Avibus uiteen in twee grote delen: een eerste deel behandelt het religieuze leven, meer bepaald het actieve en het contemplatieve leven; het tweede deel beschrijft telkens de eigenschappen van een welbepaalde vogel die de auteur vervolgens toepast op de mens. Zoals ganzen de bewakers waren van het oude Rome, zo moet een monnik waken over het goede christelijke gedrag van zijn medebroeder. Zoals kraanvogels krijsen naar soortgenoten tijdens de vlucht, zo is het de taak van de prelaat om door prediking zijn volgelingen de deugdelijke christelijke weg te tonen. Maar de auteur haalt ook een aantal vogels met verwerpelijke eigenschappen aan: zo moeten monniken in tegenstelling tot de kauw die babbelziek is, heil vinden in het zwijgzame leven. Met De Avibus wijst Hugo zijn medebroeders met andere woorden op hun verantwoordelijkheden: God dienen én het goede voorbeeld geven voor een deugdzaam, christelijk leven.

Inschrijven op nieuwsbrief