Nieuws

Tempeliers in de Biekorf

In de collectie middeleeuwse handschriften van de Openbare Bibliotheek Brugge bevinden zich twee opmerkelijke Latijnse teksten uit de geschiedenis van de Tempeliers.

De eerste tekst is de Regel van de Tempeliers: Regula commilitonum Christi. Deze Regel werd toegekend aan de Orde tijdens het Concilie van Troyes (1129), waarbij de Orde ook de officiële erkenning kreeg van paus Honorius II. De Openbare Bibliotheek Brugge bezit de oudste gekende kopie van deze tekst. Ze is bewaard in handschrift 131 (folio’s 2r-17v), een twaalfde-eeuws convoluut afkomstig uit de cisterciënzerabdij Ten Duinen.

De Regel van de Tempeliers verschilt van andere regels (bv. de Benedictijnse Regel) in die zin dat voor de eerste keer geestelijke en militaire aspecten verzoend moesten worden. De Tempeliers waren namelijk niet enkel monniken, ze waren ook ridders. Daarom staan in de Regel niet enkel de gebruikelijke religieuze voorschriften, bv. over bidden en vasten, maar ook militaire regels, bv. over de wapenuitrusting. De Regel behandelt dus de praktische organisatie van de jonge Tempelorde.

De tweede belangrijke tekst legt zich toe op de morele vraagstukken die de nieuwe combinatie van ridderschap en religie met zich meebrengt. Deze tekst, bekend als De laude novae militiae (Lof der nieuwe ridderorde) of Ad milites templi (Aan de Tempelridders), wordt bewaard in handschriften 126, 127 en 131 van de Openbare Bibliotheek Brugge. Het is een brief geschreven door Bernardus van Clairvaux op aandringen van Hugo van Payens, de eerste grootmeester van de Tempelorde. Hugo verzocht Bernardus om een soort strijdschrift dat de leden van de jonge orde steun en moed zou schenken. Het resultaat is een traktaat over de strijd voor God, die door de Tempeliers moet gevoerd worden met het gebed én met de wapens. Bernardus probeert in dit traktaat een antwoord te vinden op de hamvraag: hoe kan het religieuze ideaal van deze monniken verzoend worden met hun gelofte om de vijanden van Christus en het christelijke geloof te bevechten? Eerst en vooral moedigt hij de Tempeliers aan om niet bang te zijn om te sterven in de strijd, want sterven voor Christus is eigenlijk overwinnen. Maar hij moedigt hen ook aan om niet bang te zijn om te doden. Wie immers de vijanden van Christus doodt, begaat volgens Bernardus geen homicida, maar malecida: hij doodt geen mens, maar het Kwaad.* Deze wrede tekst moet uiteraard gelezen en geïnterpreteerd worden binnen het historische kader van de eerste Kruistochten, waarbij geweld en godsdienst hand in hand gingen.

De aanwezigheid van deze twee teksten in de bibliotheken van Ten Duinen (Koksijde) en Ter Doest (Lissewege) kan verklaard worden door de sterke vertegenwoordiging van de Tempeliers in onze streken. De Tempelorde bezat vanaf 1131 talrijke commanderijen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk, met hoofdvestigingen in Ieper, Slijpe (deelgemeente Middelkerke, dus dicht bij Koksijde en Lissewege) en Arras. De wegen van de cisterciënzermonniken en van de Tempeliers moeten elkaar dus regelmatig gekruist hebben. Daarenboven waren ze ook verbonden in de persoon en het werk van Bernardus van Clairvaux, boegbeeld van de cisterciënzerorde en verdediger van de Tempelorde.

Ms. 126 Bernardus de consideratione. Ad milites templi. De gratia et libero arbitrio. De precepto et dispensation…

Ms. 127 – Bernardus de precepto et dispensatione. Idem Ad milites templi et Appollogeticus eiusdem. Et magister Ste…

Ms. 131 – [Convoluut met Regel Tempeliers; diverse brieven]

* Sane cum occidit malefactorem, non homicida, sed, ut ita dixerim, malicida, et plane Christi vindex in his qui male agunt, et defensor Christianorum reputatur. (Cap. III)

[Evelien Hauwaerts]

Inschrijven op nieuwsbrief