Nieuws

‘De Facta et dicta memorabilia’ van Valerius Maximus

Een driedelig pronkstuk in de handschriftencollectie van het Grootseminarie Ten Duinen

De Facta et dicta memorabilia van de Romeinse auteur Valerius Maximus is een handschrift dat misschien eerder atypisch is voor een middeleeuwse abdijbibliotheek. Valerius Maximus, die werkzaam was in de eerste eeuw na Christus, illustreert in zijn werk aan de hand van korte verhalen Romeinse opvattingen over deugd en moraal, die hij in negen ‘boeken’ groepeert. Het werk werd in de late Middeleeuwen populair, mede dankzij de Franse vertaling van de hand van Simon de Hesdin en Nicholas de Gonese. Ook het handschrift uit de collectie van het Grootseminarie Ten Duinen bevat zowel de Latijnse tekst als de Franse vertaling en commentaar, en is geschreven door verschillende handen in de gotische littera cursiva.

Het manuscript in het Grootseminarie, dat bestaat uit drie lijvige volumes, kwam tot stand tussen 1475 en 1480 in opdracht van Jan Crabbe (1420-1488), abt van de Duinenabdij van 1457 tot 1488. Jan Crabbe was een erudiet man en een fervent kunstliefhebber, die zowel de laatmiddeleeuwse Bourgondische hofcultuur als het Italiaanse humanisme omarmde. Dat vertaalt zich duidelijk in de manuscripten waarmee hij de Duinenbibliotheek verrijkt heeft.

Het Valerius Maximus-handschrift is wellicht vervaardigd in het Brugse atelier van drukker, kopiist en boekhandelaar Colard Mansion. Het manuscript is rijkelijk verlucht en voorzien van volbladminiaturen aan het begin van ieder nieuw ‘boek’ van de hand van de Meester van het gebedenboek van Dresden. De miniaturen zijn echte kleine kunstwerkjes die afgewerkt zijn met opmerkelijk veel oog voor detail en perspectief. De volbladminiatuur aan het begin van het eerste boek beeldt Simon de Hesdin uit die zijn vertaling aan de Franse koning Karel V presenteert. De andere miniaturen illustreren telkens de tekst. Opvallend is dat de figuren in de miniaturen telkens zijn uitgedost in eigentijdse, middeleeuwse kledij.

Van de oorspronkelijk negen miniaturen zijn er nog zeven in het manuscript aanwezig. Twee miniaturen zijn uitgescheurd: een miniatuur ter illustratie van de deugd van matigheid bevindt zich nu in het J.P. Getty-museum in Los Angeles, Californië. Een andere volbladminiatuur beeldde wellicht een iets te pikante badhuis-scène uit en werd vermoedelijk al in de zeventiende eeuw door een preutse monnik verwijderd.

De miniaturen zijn verder prachtig verlucht met randdecoraties in de voor die periode typische Brugse stijl, herkenbaar aan de rijkelijke versieringen met acanthusbladeren, bloemen, ranken, vogels en kleine figuurtjes. In de randdecoratie van de miniaturen wordt ook telkens het wapenschild van opdrachtgever Jan Crabbe afgebeeld, samen met zijn initialen en de abtsstaf.

De Facta et dicta behoort ongetwijfeld tot de meest indrukwekkende handschriften uit de collectie van het Grootseminarie. Naar vorm is het een luxueus pronkstuk dat helemaal past binnen de laatmiddeleeuwse Bourgondische hofcultuur, maar inhoudelijk illustreert het die brede interesse van abt Crabbe in het ontluikende renaissance-humanisme en de herontdekte teksten uit de Oudheid.

Inschrijven op nieuwsbrief