Geschiedenis van de Sint-Pietersabdij en de Sint-Baafsabdij

Afbeelding: Kaart van Gent van 1543 - detailuitsnit Sint-Baafsabdij Gent

© STAM Gent. Hugo Maertens

Omtrent Amandus en Bavo, zendeling en kluizenaar

De ontstaansgeschiedenis van de Sint-Pietersabdij en Sint-Baafsabdij vormt tot op vandaag voorwerp van debat. De eerste absoluut betrouwbare schriftelijke bronnen dateren uit de 9de eeuw tijdens de regering van Lodewijk de Vrome (814-840). Die teksten bewijzen het bestaan van twee abdijen in het Gentse: Ganda (gewijd aan de heilige Petrus, gelegen aan samenvloeiing van Leie en Schelde – doorgaans Sint-Baafs genoemd omwille van de relieken van de heilige Bavo) en Blandinium (gewijd aan de heiligen Petrus en Paulus, gelegen langs de Schelde op de Blandijnberg, later Sint-Pieters genoemd). Ze groeien in de middeleeuwen uit tot de machtigste abdijen van het graafschap Vlaanderen.

De nevelen waarin de ontstaansgeschiedenis van beide Merovingische kloosters is gehuld was in de loop der eeuwen voorwerp van heel wat debat waarin tal van bronnen werden vervalst, met als voornaamste wens de oudste van de twee te zijn. Wie zich hierin wenst te verdiepen kan terecht in honderden publicaties en via DiplomaticaBelgica ook online beschikbare bronnen. Wat we echter met zekerheid weten is dat beide abdijen hun oorsprong vinden in de kerstening van de noordelijke gebieden van het Frankische rijk in de loop van de 7de eeuw. De voornaamste – hagiografische bron – is de Vita Amandi uit de 9de eeuw: een middeleeuws handschrift waarvan we weten dat het in de 10de eeuw behoorde tot de bibliotheek van de Sint-Pïetersabdij en dat integraal te consulteren is in de Universiteitsbibliotheek Gent.

Zoals andere zendelingen is ook Amdandus actief in Gent en omgeving tussen 630 en 660. De Vita Amandi bevat alle elementen van een hagiografisch heiligenleven: het kerstenen van de opstandige heidense bevolking van pagus Gandavo verloopt heel moeizaam, tot Amandus een terechtgestelde uit de doden doet opstaan. Dit mirakel zorgt ervoor dat mensen zich massaal bekeren. Heidense cultusplaatsen worden vernietigd en met de steun van koning Dagobert I (629-639) en de schenkingen van talloze vrome mannen en vrouwen worden kloosters gesticht.

Meer dan waarschijnlijk is Blandinium  – oorspronkelijk een groot landelijk domein van koning Dagobert I (629-639) – de eerste uitvalsbasis van Amandus. Zijn eerste verblijfplaats groeit uit tot een volwaardig gemengde kloostergemeenschap van mannen en vrouwen. Tot de trouwste aanhangers van Amandus behoort Bavo, een rijke edelman uit Haspengouw die na een jeugd vol zonde en vertier als kluizenaar komt leven in de omgeving van Gent. Na zijn dood wordt Bavo’s gebeente overgebracht naar de ondertussen door Amandus opgerichte kerk in Ganda. Er ontstaat al snel een cultus rond de populaire heilige Bavo. De talrijke schenkingen die volgen in het zog van de Bavo-relikwieën zorgen ook daar voor de uitbouw van een volwaardige kloostergemeenschap. In geen tijd groeit Ganda uit tot één van de machtigste abdijen van de regio en wordt ze welstellender dan Blandinium.

In het rijk van Karel de Grote

Een eeuw later neemt een ambitieuze familie grootgrondbezitters de troon over van hun Merovingische voorgangers. De Karolingers hebben het nu voor het zeggen in het Frankische rijk. Karel de Grote (+814) slaagt erin om een Europese Unie avant-la-lettre tot stand te brengen. Vanaf 800 is hij niet alleen koning der Franken maar ook Keizer van het Heilig Roomse Rijk.

De Karolingische vorsten schakelen het kloosterwezen in om de rijkseenheid te versterken. De abdijen worden belast met militaire en andere verplichtingen voor vorst en rijk. De vorst stelt zelf de abten in de kloosters aan. Zijn voorkeur gaat daarbij steeds vaker naar leken, de zogeheten lekenabten. Zo ook in Gent waar Einhard, de beroemde biograaf van Karel de Grote, in 815 en 819 wordt aangesteld tot abt van respectievelijk de Sint-Pieters én de Sint-Baafsabdij.

Ganda is onder het abbatiaat van Einhard invloedrijker en belangrijker dan Blandinium. Einhard schakelt het Karolingische hofmilieu in om de kloosterheilige Bavo te propageren. De Bavo-cultus wordt in de eerste helft van de 9de eeuw razend populair. Dat komt niet alleen de schatkist van de abdij ten goede maar ook haar culturele uitstraling. Haar naam en faam strekt zich voortaan uit over het hele Karolingische rijk.

Rond de abdij onstaat een belangrijke handelsnederzetting, de ‘portus Ganda’ zoals ook vermeld in een Parijse tekst kort na het midden van de 9de eeuw (858/59). Een grote abdij als de Sint-Baafsabdij is immers niet alleen een belangrijk religieus centrum maar ook een aanknopingspunt voor de regionale handel. De handelaren die er wonen en werken in dienst van de abdij. Ze verkopen de landbouwoverschotten van de abdijdomeinen en kopen ten behoeve van de kloostergemeenschap andere producten aan.

De Noormannen

Vanaf de laatste regeringsjaren van Karel De Grote (+814) en helemaal vanaf het midden van de 9de eeuw maken Deense Vikingen de kusten onveilig. Raids van de Noormannen in het Scheldebekken zorgen in 851 voor de totale verwoesting van de Sint-Baafsabdij. De kloosterlingen vluchten met de relieken van Bavo naar de versterkte stad Laon. Na een moeizame wederopbouw volgt in 879 een tweede plundering en bezetting van de Sint-Baafsabdij door de Noormannen. Ze slaan er zelfs hun winterkamp op. De kloostergemeenschap verlaat voor decennia de site.

Ook Blandinium wordt overvallen door de Noormannen, maar na de grote invasie van 883 keert de kloostergemeenschap snel terug. Het maakt van Sint-Pietersabdij de facto gedurende een hele periode het enige klooster in Gent. En dit heeft grote gevolgen.

Aan het einde van de 9de eeuw blijft het kloosterwezen ontwricht achter. De lekenabten maken steeds vaker misbruik van het grondbezit van de abdijen om hun eigen macht te versterken. Er is dringend nood aan hervorming. Vooral graaf Arnulf I (918-965) is in dezen actief. Met de hulp van kloosterhervormer Gerard van Brogne (+959) zorgt hij voor materiële restauraties, de terugkeer van de reguliere abten en de (her)invoer van de regel van Benedictus. Hij maakt van de Sint-Pietersabdij ook het bevoorrechte grafklooster van de graven van Vlaanderen, wat resulteert in tal van schenkingen, relieken en vooral ook gunsten.

De bavelingen, die pas omstreeks 920-930 terugkeren naar hun Gentse thuishaven, zijn definitief een groot deel van hun abdijdomein kwijt. Er wacht hen slechts een stiefmoederlijke behandeling van graaf Arnulf I. Gelukkig kunnen ze vanaf 974 rekenen op de steun van de Duitse keizer Otto II (973-983).  Otto wil maar al te graag de belangen van de Sint-Baafsabdij behartigen om zo de rijksgrens die de Schelde is te versterken in zijn strijd tegen de Franse koning. Hij wordt dan ook beschouwd als de beschermheer en redder van de Sint-Baafsabdij.

Strijd om heiligen en relieken

Beide Gentse abdijen groeien vanaf het midden van de 10de tot eind 12de  eeuw uit tot machtige politieke en economische centra met een grote culturele uitstraling. De twee abdijen bezitten en exploiteren domeinen en dorpen tot in Engeland. Ze staan mee voorop in de ontginningsbeweging van de 12de en 13de  eeuw, waardoor het landbouwareaal van Vlaanderen aanzienlijk groeit.

De spanningen tussen beide concurrerende Gentse abdijen lopen in die periode herhaaldelijk op. De rivaliserende monniken deinzen er immers niet voor terug om documenten te vervalsen en zelfs heiligen te verzinnen. Heiligenrelieken brengen immers veel geld in het laatje: relieken trekken pelgrims aan die maar wat graag met schenkingen hun zonde afkopen. De mooiste aanwinsten voor de Sint-Pietersabdij zijn de relieken van Wandregisilus en Ansbertus uit de grote Normandische abdij Fontenelle. Maar ook de Sint-Baafsabdij haalt in de loop van de 11de eeuw een schare nieuwe relieken in huis, van veelal obscure en soms zelfs fictieve heiligen zoals Macharius en Livinus.

Eeuwenlang heerst er een prestigestrijd tussen de twee Gentse kloostergemeenschappen. Pas in de 12de eeuw luwt het beruchte conflict. Op dat ogenblik moeten beide Gentse abdijen hun dominante positie prijsgeven aan de stad.

In de greep van vorsten en praalzuchtige abten

Maar in de 13de eeuw krijgen de Sint-Pieters en Sint-Baafsabdij het moeilijk. Beide benedictijnenabdijen voldoen niet meer aan de religieuze en intellectuele noden van een stedelijke samenleving. Bedelorden en universiteiten bieden betere antwoorden op de noden van een stadsbevolking. Ondoordachte aankopen en leningen, hongersnoden en een ambitieuze bouwpolitiek zorgen voor zware financiële problemen.

Politiek worden de abdijen meer dan ooit gemanipuleerd door de vorst. Steeds vaker vormen ze het decor voor diplomatieke bijeenkomsten, geboortes, huwelijken en begrafenissen. Zo vindt de indrukwekkende huwelijksplechtigheid van Filips de Stoute (1342-1404), eerste hertog van Bourgondië, met Margaretha van Male (1350-1405), dochter van de Vlaamse graaf, plaats in de Sint-Baafsabdij op 19 juni 1369.  Filippa van Henegouwen, echtgenote van de Engelse koning Edward III schenkt in diezelfde abdij op 6 maart 1340 het leven aan John of Gaunt, de latere hertog van Lancaster.

De vorst slaagt er ook steeds vaker in zijn gunstelingen (landgenoten, familieleden) tot abt te benoemen. Zo benoemt Filips de Goede (1396-1467), hertog van Bourgondië, in 1478 zijn bastaardzoon Raphaël de Mercatel tot abt van de Sint-Baafsabdij. Verslingerd aan luxe en vertier laat de Mercatel de Sint-Baafsabdij volledig in gotische stijl verbouwen. Daarnaast legt hij een indrukwekkende verzameling aan van luxehandschriften over geschiedenis, filosofie, geografie, plant- en dierkunde, waaronder enkele vandaag in de Universiteitsbibliotheek en het Bisdom Gent worden bewaard.

Die intense band tussen abdij en vorstenhuis uit zich ook in de manier waarop de Blijde Intredes plaatsvinden. Bij deze ceremonie ontvangen de nieuwe vorsten in de abdijkerk van Sint-Pieters het justitiezwaard van de graaf van Vlaanderen en bevestigen ze de vrijheden en rechten van de abdij. Pas daarna laten ze zich  inhuldigen in de stad. Op die manier maakt de vorst duidelijk dat hij zijn gezag van God heeft ontvangen en verzekert de abdij zich van haar bevoorrechte positie. De oudste getuigenis daarover dateert van 23 april 1331 en beschrijft hoe Lodewijk van Nevers er in 1322 zijn intrede houdt.

Door deze goede relaties met de vorst komen de Gentse abdijen meer dan eens in nauwe schoentjes tijdens de vele conflicten tussen de stad met de landsheer in de 13de en 14de  eeuw.

De Sint-Baafsabdij gesloopt – De Sint-Pietersabdij een ruïne

Wanneer de stad Gent in 1539 weigert belastingen te betalen, ontstaat een ware volksopstand. Als straf laat keizer Karel V in 1540 grote delen van de abdij en het omliggend Sint-Baafsdorp met de grond gelijk maken. Op dezelfde plek bouwt hij een dwangburcht, het zogenoemde Spanjaardenkasteel. Een garnizoen van Spaanse soldaten houdt er voortaan de opstandige Gentenaren in het oog. Het protest van Lucas Munich, de laatste abt, mag niet baten. De monniken worden kanunniken en verhuizen naar de Sint-Janskerk, die sinds 1559 Sint-Baafskerk en later Sint-Baafskathedraal wordt genoemd.

De Sint-Pietersabdij gaat voortaan zonder haar zusterinstelling verder de geschiedenis in. Vanaf het midden van de 16de eeuw verscheurt een politiek-religieuze crisis de hele Nederlanden. Privileges en misbruiken binnen de kerk doen de reformatie ontstaan, een beweging van verzet tegen de wantoestanden in de kerk. De sterke antiklerikale gevoelens culmineren in de Beeldenstorm van 1566 en 1578. De luisterrijke Sint-Pietersabdij, die goede relaties heeft met de vorst en de vervolging van de ketters steunt, krijgt het zwaar te verduren. Altaren, heiligenbeelden, schilderijen en glasramen worden aan diggelen geslagen. ‘Te triest om ’t al te vertellen’ schrijft Marcus van Vaernewyck in zijn ooggetuigenverslag.  De abdijkerk, de bibliotheek en de abtswoning lijden zware schade. In 1577 grijpen de calvinisten de macht in Gent en bezetten de Sint-Pietersabdij. Het is de start van een tweede ‘zuiveringsactie’. De abt en zijn monniken vluchten naar Douai. In de parochiekerk naast de abdij krijgt de calvinistische eredienst een plek maar de abdijkerk moet eraan geloven.

In 1584 dwingt landvoogd Farnese het calvinistische Gent op de knieën. De benedictijnen komen terug. De eens zo machtige Sint-Pietersabdij is dan niet veel meer dan een ruïne. De abdijkerk en het dormitorium zijn verwoest en deels afgebroken, de abtswoning en de proosdij hebben zware schade opgelopen en de bibliotheek is geplunderd.

Een prinsheerlijke abdij

De heropbouw van de Sint-Pietersabdij is een loodzware opdracht. Pas in het eerste kwart van de 17de  eeuw krijgt het financieel herstel en de materiële wederopbouw stilaan vorm. De nieuwe abdijkerk, naar het voorbeeld van de Sint-Pieterskerk in Rome, is de parel aan de kroon. Vrijwel een eeuw lang werkt men aan de realisatie ervan… De uitgesproken barokarchitectuur symboliseert de triomf van het katholieke geloof.

Vanaf de 17de eeuw kent Gent een sterk katholiek reveil. Toch blijft de Sint-Pietersabdij kampen met financiële en disciplinaire problemen. Pas vanaf de benoeming van abt Musaert in 1720 gaat het beter. De abdij wordt de uitgelezen ontmoetingsplaats voor vergaderingen, plechtigheden en feesten. De abdij evolueert dus tot een vorstelijke verblijfplaats die kan wedijveren met de kastelen of stadspaleizen van edelen en gegoede burgers. Een luxueus abtskwartier, inclusief rijkelijk aangeklede interieurs, serres en een orangerie, hoort daarbij.

Abt Filips Standaert (1730-1759) laat de refter en de bibliotheek volledig naar 18de -eeuwse smaak herinrichten. Ook zijn opvolger, prelaat Gudwalus Seiger (1760-1789), bijgenaamd Le Magnifique, heeft grootse bouwplannen. Hij laat een nieuwe infirmerie in classicistische stijl optrekken. De Sint-Pietersabdij is op dat ogenblik de rijkste abdij van de Nederlanden…

Het einde

Abt Martinus van de Velde (1789-1796) volgt Gudwalus Le Magnifique op in 1789, het jaar van de Brabantse Omwenteling. De Zuidelijke Nederlanden keren zich tegen het Oostenrijkse gezag van keizer Jozef II en opnieuw ligt de Sint-Pietersabdij zwaar onder vuur. De herovering van de macht door de Oostenrijkers een jaar later, brengt jammer genoeg geen soelaas.

De Fransen verdrijven de Oostenrijkers en trekken in 1792 Gent binnen. Uiteindelijk heffen ze alle religieuze instellingen met één pennentrek op. De 31 monniken van de Sint-Pietersabdij moeten die in 1796 verlaten en mogen geen kloosterkleed meer dragen. Alle goederen worden nationaal bezit. Het is het sluitstuk van een langzaam proces van sociale veranderingen die de invloed van kloosters sterk hebben verminderd.

De abdijkerk krijgt in 1798 een nieuwe bestemming. De volgende tien jaar doet zij dienst als het Musée du Département de l’Escaut, de voorloper van het Museum voor Schone Kunsten. Vanaf 1803 staat ze ook gedeeltelijk terug open voor de katholieke eredienst. Voortaan heet de kerk de Onze-Lieve-Vrouw-Sint-Pieterskerk. De bibliotheek wordt zwaar geplunderd, maar grote delen van de collectie brengt men in 1798 over naar de Baudelo-abdij. Voor de inrichting van deze stadsbibliotheek wordt overigens gebruik gemaakt van het hout uit de kloosterbibliotheek van Sint-Pieters. Sinds de oprichting van de Universiteit Gent in 1817 komt de collectie in beheer van de Universiteitsbibliotheek, die de kostbare werken nu nog steeds bewaart.

De abdij en de stad

De rest van de abdijgebouwen vergaat het minder goed. De stad Gent koopt ze in 1810 op en richt ze in als kazerne. De parochiekerk, het luxueuze abtenkwartier en de proosdij met de gevangenis, gaan tegen de grond. Zij moeten plaats ruimen voor een militair oefenterrein. In 1849 krijgt het plein voor de abdij zijn huidige vorm naar het ontwerp van architect Charles Leclerc-Restiaux. Waar nu de tuin is, trekt men paardenstallen, latrines en andere nutsgebouwen voor militaire activiteiten op.
In 1948 is de kazernetijd van de abdij voorbij. De stad wil de Sint-Pietersabdij restaureren en er een culturele functie aan geven. De militaire gebouwen in de tuin worden gesloopt…

Beide abdijsites zijn momenteel eigendom van de stad Gent en worden beheerd door de dienst Historische Huizen Gent. In de afgelopen decennia zijn de sites ook het voorwerp van uitgebreide archeologische onderzoekstrajecten.

De ruïnes van de Sint-Baafs site behoren tot één van de mooiste plekken van Gent en worden van april tot november opengesteld voor bezoekers. De Sint-Pietersabdij is uitgegroeid tot een gerenommeerd tentoonstellingshuis van Europees formaat en een open historisch huis dat een bezoek meer dan waard is.

Sint-Pietersabdij Gent en koepel van de Sint-Pieterskerk

© Wernervc Wikimedia Commons CC-SA-3.0

 

— Deze tekst citeren?

Defoort, Hendrik, en Kristin Van Damme. (2021). Geschiedenis van de Sint-Pietersabdij en de Sint-Baafsabdij. Geraadpleegd op [https://mmmonk.be/geschiedenis-van-de-sint-pietersabdij-en-de-sint-baafsabdij/]

Inschrijven op nieuwsbrief