Geschiedenis en profiel van de Mmmonk manuscripten

Mmmonk herenigt de ca. 820 overgeleverde boeken van de voormalige abdijen van Ten Duinen, Ter Doest, Sint-Baafs en Sint-Pieters. Als producten en verzamelaars van teksten en boeken drukten deze vier abdijen hun stempel op de geestelijke geschiedenis van Vlaanderen. Lees hier in een notendop hoe de bibliotheken tot stand kwamen en wat het lot was van de boeken doorheen de voorbije 1400 jaar.

De eerste eeuwen van Sint-Pieters en Sint-Baafs (ca. 630 – ca. 1100)

De abdijen van Sint-Baafs en Sint-Pieters worden gesticht in de 7de eeuw. Waarschijnlijk wordt vanaf het prille ontstaan van deze abdijen een bibliotheek uitgebouwd, aangezien dagelijkse lectio divina en koorgebed integraal deel uitmaken van de Benedictijnse cultuur. Uit die eerste eeuwen zijn nauwelijks boeken overgeleverd, maar men mag ervan uitgaan dat de abdijen op z’n minst Bijbelteksten, liturgische teksten, werken van de Kerkvaders, en heiligenlevens in huis hadden.

De volgende voorbeelden uit de vroegste eeuwen van Sint-Pieters en Sint-Baafs zijn enkele van de oudste getuigen van boeken die in Vlaanderen werden gemaakt:

  • Hieronymus, Epistola 147 ; 6de of 7de eeuw, Sint-Pietersabdij (Gent, UB, HS.0246)
  • Antiphonarium Blandiniensis ; 8ste eeuw, Sint-Baafsabdij (Brussel, KBR, ms. 10127-44)
  • Evangeliarium van SintLivinus ; 9de eeuw, Sint-Baafsabdij (Gent, BA, ms. 13)
  • Augustinus, Confessiones ; 10de eeuw, Sint-Pietersabdij (Parijs, BnF, ms. lat. 1913A)

Twee achteraan ingebonden schutbladen van manuscript 246 van de UB Gent bevatten de oudste bekende fragmenten van een brief van Hieronymus, in prachtig semi-unciaal schrift van de 6de-7de eeuw.

(Gent, Universiteitsbibliotheek, Hs. 246, ff. 96v-97r)

Abdijen zijn niet enkel centra van spiritualiteit, maar ook van intellectuele studie. Dankzij de invloed van Cassiodorus (ca. 485-ca. 585) worden monniken en monialen geacht de beide bronnen van de Openbaring, nl. de Bijbel en de Schepping, te bestuderen. Ze lezen bijgevolg zowel theologische als profane (natuurwetenschappelijke) werken. In de Sint-Pietersabdij leidt dit voorschrift tot een sterk ontwikkelde en befaamde abdijschool. Vanaf de 10de eeuw wordt ter ondersteuning van die school een bibliotheek met een rijke collectie klassieke auteurs aangelegd. Abt Wichard (r. 1034/35-1058) bouwt de bibliotheekcollectie en het scriptorium verder uit.

  • Terentius, Comoediae VI; 11de eeuw, Sint-Pietersabdij; gekopieerd door Wichard of leden van zijn scriptorium (Leiden, UB, Lip 26)

Het begin van de bibliotheken van Ten Duinen en Ter Doest (ca. 1138 –  ca. 1225)

De benedictijnse abdijen van Sint-Baafs en Sint-Pieters in Gent zijn al zowat een half millennium oud wanneer in Koksijde Ten Duinen (1128/1138) en in Lissewege Ter Doest (ca. 1175) ontstaan. De twee nieuwe abdijen maken deel uit van de Cisterciënzerorde, die de Benedictijnse traditie vernieuwt en die in hoge mate bijdraagt aan de intellectuele renaissance van de 12de eeuw. Ook Ten Duinen en Ter Doest bouwen vanaf hun prille ontstaan aan een boekenverzameling. De 12de eeuw is de bloeitijd van het abdijscriptorium in onze streken. Ook in Ten Duinen en Ter Doest gaan monniken aan het werk om teksten te kopiëren. Daarnaast verwerven ze boeken via donaties, bv. van het Brugse kapittel van Sint-Donaas waar ook de grafelijke kanselarij was gevestigd, en door hun cisterciënzernetwerk aan te spreken, bv. de moederstichting in Clairvaux.

  • De musica met glossen; Enchirias; De organo, Boethius; 10de-11de eeuw, Ten Duinen; vermoedelijk het oudste bewaarde manuscript van Ten Duinen (Brugge, OB, Ms. 531)
  • Bijbel van Ter Doest; 13de eeuw, Ter Doest; in Ter Doest gekopieerd door lekenbroeder Henricus en rond 1265-1270 vermoedelijk verlucht door een leek gekend als de Dampierre Meester (Brugge, GS, Ms. 4/1)

Ook in de abdijen van Sint-Pieters en Sint-Baafs blijven monniken boeken kopiëren en verluchten en worden boeken van buitenaf verworven.

  • Ordinarium van de Sint-Pietersabdij; 12de eeuw, Sint-Pietersabdij (Brussel, KBR, ms. 1505-06)
  • Liber floridus, Lambert van Sint-Omaars; 12de eeuw, Sint-Pietersabdij (Gent, UB, hs. 92)

Het Liber floridus is een encyclopedie geschreven door Lambertus, een kanunnik aan de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Sint-Omaars in het begin van de twaalfde eeuw. De Gentse Universiteitsbibliotheek beschikt over de autograaf van dit werk.

(Gent, Universiteitsbibliotheek, Hs. 92, f. 13r)

13de en 14de eeuw

Door de opkomst van universiteiten en bedelorden in de steden en het toenemende privaat boekenbezit, verliezen de abdijen vanaf de 13de eeuw hun status als belangrijkste producenten, verspreiders en bewaarders van boeken. Toch blijven ze ook in de late middeleeuwen hun bibliotheken uitbreiden. Ten Duinen en Ter Doest, bijvoorbeeld, houden hun vinger aan de pols van actuele debatten en inzichten dankzij eigentijdse kopieën van 13de-eeuwse scholastici als Albertus Magnus, Thomas van Aquino en Henricus van Gent. Ook eerder experimentele wetenschappelijke traktaten zoals die van de 14de-eeuwse Oxford Calculators zijn in zeer vroege kopieën aanwezig in Ten Duinen en Ter Doest, wat wijst op een zekere intellectuele openheid.

Bibliofiele abten in de 15de eeuw

In de vijftiende eeuw leunen de abdijen en hun monniken dichter aan bij de stadscultuur. Enkele bibliofiele abten spelen een belangrijke rol in de uitbreiding van het boekenbezit van de abdijen. Abt Filips I Conrault van de Sint-Pietersabdij (1444-1471), abt Jan Crabbe van Ten Duinen (1457-1488), abt Hendrik Keddekin van Ter Doest (1478-1491), en abt Raphaël de Mercatel van de Sint-Baafsabdij (1478-1508) staan bekend als bibliofielen en mecenassen. Zoals andere bibliofielen uit de Bourgondische periode hebben ze een voorkeur voor grote verluchte manuscripten, die uiteindelijk hun weg vinden naar de abdijbibliotheek. Abt Crabbe, bijvoorbeeld, bestelt bij de Brugse librariër Colard Mansion een driedelige kopie van de Faits et dits mémorables van Valerius Maximus, met miniaturen van de hand van de Meester van het Dresdens Gebedenboek.

Valerius Maximus, Faits et dits mémorables (vert. Simon de Hesdin en Nicolas de Gonesse); ca. 1475, Abt Jan Crabbe, Ten Duinen (Brugge, GSTD, Mss. 159/190, 158/189, 157/188); Valerius Maximus toont keizer Tiberius de slag tussen de Horatii en de Curiatii (Ms. 157/188 f. 66v)

© Openbare Bibliotheek Brugge

Ze zijn ook geïnteresseerd in de nieuwe intellectuele stroming van het Italiaanse humanisme. Ze bestellen boeken gekopieerd in een humanistisch of gothisch-humanistisch schrift, en hebben een voorkeur voor humanistische teksten. Abt Raphaël de Mercatel, bijvoorbeeld, bezit zeldzame teksten van Latijnse en Griekse auteurs zoals Plutarchus, Aesopus, Herodotus en Philostratus.

  • Plutarchus, De viris clarissimis; ca. 1478-1487, Sint-Baafs (Gent, UB, HS109) ; Aanvang van het hoofdstuk over Romulus (f. 11v)

Deze rijkelijk verluchte kopie van Plutarchus’ De viris clarissimis werd gemaakt voor abt Raphael de Mercatel. Folio 115v bevat de aanvang van het hoofdstuk over het leven van de Romeinse held Camillus. De miniatuur toont hoe de Keltische aanvoerder Brennus en zijn leger Rome in brand steken (387v.Chr.).

(Gent, Universiteitsbibliotheek, Hs. 109, ff. 115v-116r)

Het woelige lot van de boeken na de middeleeuwen tot heden

De abdijen krijgen het zwaar te verduren in de 16de eeuw. De Sint-Baafsabdij wordt opgeheven en hervormd tot een kapittel dat als collegekerk de Sint-Janskerk (huidige Sint-Baafskathedraal) krijgt toegewezen. Daarbij worden alle bezittingen, inclusief de boeken, overgedragen aan het kapittel. De abdijsite werd in opdracht van keizer Karel V ontmanteld om plaats te maken voor een nieuwe citadel, later gekend als het Spanjaardenkasteel.

De bibliotheken van Ten Duinen en Sint-Pieters worden tijdens de beeldenstormen van 1566 en 1578-1584 geplunderd. Een verslag uit 1567 over de beschadigingen in de Duinenabdij, bijvoorbeeld, rapporteert dat de beeldenstormers de liturgische boeken verbrand of gestolen hebben. De Duinengemeenschap probeert boeken te redden door ze onder te brengen op schuilplaatsen, o.a. in Veurne. Een deel van die boeken wordt weliswaar in de 17de eeuw gerecupereerd dankzij de inspanningen van monnik/detective Johannes Troch (1551-1612), maar voor enkele boeken betekent dit de definitieve afscheiding van de abdijbibliotheek. Omdat men in de abdij van Sint-Pieters de eerste beeldenstorm ziet aankomen, kunnen daar heel wat kunstwerken gelukkig op voorhand in veiligheid worden gebracht.

De bibliotheek van Ter Doest komt als enige zonder al te veel kleerscheuren de 16de eeuw door. De abdijgemeenschap zelf dooft echter uit en wordt onder het bewind van de bisschop van Brugge geplaatst. In 1624 wordt de abdij van Ter Doest opgeheven en geïncorporeerd in Ten Duinen. De uitgebreide boekenverzameling van Ter Doest wordt toegevoegd aan de collectie van Ten Duinen.

Uiteindelijk ondergaan de twee overgebleven abdijen, Sint-Pieters en Ten Duinen, een lot dat kenmerkend is voor de geschiedenis van Vlaanderen. Ze worden in de Franse Revolutie opgeheven en de manuscripten in hun bibliotheken raken verspreid. Een groot aantal wordt genationaliseerd om de bibliotheken van de Écoles Centrales te bevoorraden. Na 1804 worden de opgeëiste manuscripten aan de lokale besturen van Brugge en Gent overgedragen.

In Brugge vormt dit de historische oorsprong van de erfgoedcollectie van de Openbare Bibliotheek. De boeken worden ondergebracht in de gotische zaal van het stadhuis. In 1884 verhuizen ze naar het Tolhuis aan het Jan Van Eyckplein, en in 1986 belanden ze uiteindelijk in de Biekorf in de Kuipersstraat.

In Gent komen de boeken eveneens terecht in de stadsbibliotheek, gehuisvest in de voormalige Baudeloo-abdij. Na de oprichting van de Rijksuniversiteit Gent (1817) wordt het beheer van de bibliotheek overgedragen aan de Universiteit. Eind jaren 1930 worden de stadsbibliotheek en de universiteitsbibliotheek gesplitst, en in 1942 verhuizen de manuscripten mee naar de nieuwe Boekentoren ontworpen door Hendrik van de Velde.

Een deel van de abdijboeken, waaronder niet toevallig de meest luxueuze volumes, wordt verborgen gehouden voor de Franse bezetters. In Gent worden boeken veiliggesteld door de kanunniken van het bisschoppelijk kapittel van Sint-Baafs en door het (tijdelijk opgeheven) Bisdom Gent. In Brugge komen de verborgen Duinenmanuscripten na de Franse Revolutie in handen van het Bisdom, en worden ze uiteindelijk ondergebracht in het Grootseminarie Ten Duinen.

— Deze tekst citeren?

Evelien Hauwaerts. (2021). ‘Geschiedenis en profiel van de Mmmonk manuscripten.’ [https://mmmonk.be/de-manuscripten-geschiedenis-en-profiel-van-het-mmmonk-corpus/]

Inschrijven op nieuwsbrief